vies

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vies
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vies viezer viest
verbogen vieze viezere vieste

Bijvoeglijk naamwoord

vies

  1. smerig
    Mijn kunstgras is vies.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Deens

Woordafbreking
  • vi·es

Werkwoord

vies

  1. lijdende vorm in de tegenwoordige tijd van vi
Schrijfwijzen


Frans

Zelfstandig naamwoord

vies mv

  1. meervoud van vie.


West-Vlaams

Bijvoeglijk naamwoord

vies

  1. boos