dolce

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. zacht vloeiend, lieflijk
(aanwijzing van de componist)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dol·ce
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘zacht, lieflijk’ voor het eerst aangetroffen in 1772 [1]
  • van Italiaans dolce; hetzelfde woord komt ook terug in de als geheel ontleende uitdrukkingen dolce far niente en dolce vita

Bijwoord

dolce

  1. (muziek) zacht vloeiend, lieflijk

Zelfstandig naamwoord

    • Lenteavond, 't zonnetje daalt naar de kim, vader merel zit dolce te kwinkeleren op een dak. [2]

dolce o

  1. (muziek) deel van een muziekstuk dat zacht vloeiend klinkt
    • Gespitst op grote dynamische contrasten vraagt hij meer onderscheid te maken tussen forte en piano subito en het dolce wil hij licht hebben, maar met een grote intensiteit. [3]

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • dol·ce
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

dolce

  1. zoet