zeemzoet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeem·zoet
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zeemzoet zeemzoeter zeemzoetst
verbogen zeemzoete zeemzoetere zeemzoetste
partitief zeemzoets zeemzoeters -

Bijvoeglijk naamwoord

zeemzoet

  1. (intensief) overdreven zoet, overdreven lief
    • Haar zeemzoete optreden hangt mij echt de keel uit. 

Gangbaarheid

21 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.