bitterzoet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

plant uit de nachtschadefamilie
Uitspraak
Woordafbreking
  • bit·ter·zoet
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bitterzoet bitterzoeter bitterzoetst
verbogen bitterzoete bitterzoetere bitterzoetste
partitief bitterzoets bitterzoeters -

Bijvoeglijk naamwoord

bitterzoet [3]

  1. van iets stoffelijks dat de smaak half bitter en half zoek is
    • Wij aten een bitterzoete vrucht. 
  2. van iets onstoffelijks dat het zowel fijn als vervelend is, waar je zowel vrolijk als verdrietig van kan worden
    • Met name de liefde kan bitterzoet zijn.  
enkelvoud meervoud
naamwoord bitterzoet -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bitterzoet o [4]

  1. (plantkunde) (medisch) Solanum dulcamara op Wikispecies is een vrij algemeen voorkomende, vaste plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae)
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen