vel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: vélvėl, veļ

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vel vellen
verkleinwoord velletje velletjes

Zelfstandig naamwoord

vel o

  1. dunne laag, bijvoorbeeld van papier
  2. afgestroopte huid
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892

Werkwoord

vervoeging van
vellen

vel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vellen
    Ik vel.
  2. gebiedende wijs van vellen
    Vel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vellen
    Vel je?

Meer informatie


Latijn

Bijwoord

vel

  1. versterkend, bijv. bij overtreffende trappen zeer, erg
    «vel maximus»
    de allergrootste
  2. zelfs
    «honestum tāle est ut, vel sī ignōrārent id hominēs, suā tamen pulchritūdine laudabīle esset»
    De deugd is een zodanige zaak dat zelfs al zou zij de mensen onbekend zijn, haar schoonheid waardig zou zijn geprezen te worden.

Voegwoord

vel

  1. of
    « quī aethēr vel caelum nōminātur»
    die ether of hemel genoemd wordt.
Synoniemen
  • enclitisch: -ve


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • vel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord vel.
Naar frequentie 94

Bijwoord

vel

  1. vast wel, wel
    «Vi er vel ikke kjent for å være det beste skytterlaget.»
    We zijn wel niet bekend de beste schutterploeg te zijn.


Nynorsk

Woordafbreking
  • vel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord vel.

Bijwoord

vel

  1. vast wel, wel