uitspraak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·spraak
enkelvoud meervoud
naamwoord uitspraak uitspraken
verkleinwoord uitspraakje uitspraakjes

Zelfstandig naamwoord

uitspraak v/m [1]

  1. de manier waarop iemand een woord, zin of taal ten gehore brengt of zou moeten brengen
  2. een woord of zin door iemand uitgesproken waarin een mening wordt geuit, bewering
  3. het uiten, bekendmaken van een oordeel in een rechtbank
    • De uitspraak toonde volgens sommige analisten aan dat wie geld genoeg had om de beste advocaten in te huren, ongestraft een moord kon plegen [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Wikipedia (O.J._Simpson)


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

uitspraak

  1. uitspraak