ark
Uiterlijk
- ark
- via Middelnederlands arke en Oudnederlands arka van Latijn arca "kast, kist"; gebruikt als benaming voor het vaartuig van Noach in de Bijbel Genesis 6:14 [1] [2]
- [1] in de betekenis van ‘woonschuit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1642 [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ark | arken |
| verkleinwoord | arkje | arkjes |
- (scheepvaart) vaartuig waarop men kan wonen
- (Jiddisch-Hebreeuws) kast voor de Torarollen
- [1] woonboot
- [2] aron, aron hakodesj
- [2] ark des verbonds
- Het woord ark staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ark" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ ark (drijvende verblijfplaats) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "ark" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- ark
ark
ark
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 of 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijbeltaal in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Jiddisch-Hebreeuws in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 3
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Woorden in het Turks
- Zelfstandig naamwoord in het Turks