drukvel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drukvel drukvellen
verkleinwoord drukvelletje drukvelletjes

Zelfstandig naamwoord

drukvel o

  1. een vel papier dat men in één keer bedrukt
    • Om de verkoopprijs laag te houden zijn de kosten op allerlei manier gedrukt. Het formaat is slechts 20 bij 20 centimeter, zodat er acht afbeeldingen op een drukvel pasten en het aantal kleuren is minder dan tien. De houten lijsten – `tachtig kilometer' – en glasplaten zijn gemaakt in Polen. [1] 
    • De universiteitsbibliotheek had al een exemplaar van de kroniek in bezit, maar was mogelijk toch geïnteresseerd, omdat in het eigen exemplaar het laatste folioblad ontbreekt. „De antiquaar meldde ons ook dat juist op dat blad een kaart tussen de tekstregels en illustraties doorschemerde. Blijkbaar had de drukker van de kroniek, Hendrik I van Borculo, de keerzijde van een oude kaart als drukvel gebruikt en de kaart zelf afgeplakt.” [2] 

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC 16 maart 2005 Zeefdruk te koop bij drogist Kruidvat
  2. NRC Theo Toebosch 3 januari 2012 Oudste kaart met Zuid-Nederland