ezelsvel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ezels·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ezelsvel ezelsvellen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ezelsvel o [1]

  1. het vel van een ezel
    • De sprookjestoon is hier niet toevallig, want het verhaal over de Heilige Dymphna lijkt in het begin heel goed op dat over Ezelsvel uit de Sprookjes van Moeder de Gans. [2] 
  2. ironisch: diploma
    • De IgNobels worden jaarlijks toegekend in Harvard, rond het ogenblik van de echte Nobelprijs. De winnaars krijgen hun ignobele prijs uit de handen van echte Nobels, al durft lang niet iedereen zijn ezelsvel komen ophalen. Sommige echte Nobels twijfelen ook als ze gevraagd worden. [3] 
  3. perkament

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 20 AUGUSTUS 1998 Eric Hulsens Straffe kost
  3. De Standaard 03 JANUARI 2000 Pieter Van Dooren De wereld ís raar
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be