piel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • piel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord piel pielen
verkleinwoord pieltje pieltjes

Zelfstandig naamwoord

piel m

  1. (vulgair) mannelijk geslachtsdeel
  2. (verouderd) staafje met een scherpe punt dat met een boog wordt weggeschoten
  3. (vogels) jonge eend (watervogel uit de familie Anatidae op Wikispecies), soms ook gebruikt als algemene benaming voor eend of (jonge) watervogel
  4. lastig karwei
  5. afgebroken of afgesneden stuk
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyperoniemen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
pielen

piel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pielen
    • Ik piel. 
  2. gebiedende wijs van pielen
    • Piel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pielen
    • Piel je? 

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders
24 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • piel
enkelvoud meervoud
piel pieles

Zelfstandig naamwoord

piel v

  1. (anatomie) huid, vel
  2. leer
  3. pels, bont
  4. schil
Synoniemen