geitenvel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

trommel met geitenvel
Uitspraak
Woordafbreking
  • gei·ten·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geitenvel geitenvellen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geitenvel o [1]

  1. leer gemaakt van de huid van een geit
    • Voor de Himba, woonachtig in Namibië, is uiterlijke vertoning heel belangrijk. Het uiterlijk zegt onder andere iets over de sociale positie van een persoon. Zo dragen getrouwde vrouwen een kroontje van geitenvel, terwijl het haar van puberende meisjes wordt gevlochten.[2] 
    • Het is een opmerkelijk gezicht: een Afrikaanse stamvrouw, gekleed in een geitenvel en bedekt met rode modder, die met een winkelkar door de supermarkt loopt. De andere supermarktbezoekers zijn echter allerminst verbaasd. ,,De oude wereld en de nieuwe komen steeds meer samen", stelt de fotograaf.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 02 jul. 2016
  3. Tubantia Tine Kintaert 10-JANUARI-2017