kippenvel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kip·pen·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kippenvel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kippenvel o

  1. het verschijnsel waarbij als gevolg van kou, afgrijzen of schrik de huid er uit ziet als die van een geplukte kip
    • Heb je nu al kippenvel? 
     Het was hoogzomer en ik liep tot mijn oksels door het hoge gras, strekte mijn armen uit en liet mijn vingers over de grassprieten glijden. Het veroorzaakte rillingen over mijn rug en kippenvel op mijn armen.[2]
     Toen ik me vooroverboog om mijn ene natte kous uit te trekken, werd de stilte in de ruimte verbroken door een diepe zucht, alsof er een steen in een vijver werd geworpen. Ik bevroor in mijn bewegingen en kreeg kippenvel op mijn armen.[3]
  2. (psychologie) een dusdanige positieve sensatie dat men kippenvel krijgt (van schoonheid, geluk etc.) en die het leven de moeite waard maken
    • Dertig procent van de Nederlanders blijkt wekelijks kippenvel te hebben, en nog eens dertig procent maandelijks 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Kippenvel krijgen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. kippenvel op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Danielle Teller (vert. Marja Borg) “Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026346477
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be