zelfs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelfs
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: tegen de verwachting in’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
  • Afgeleid van zelf.

Bijwoord

zelfs

  1. kondigt een uitspraak aan die een bewering onderstreept
    • Hij heeft zelfs een grote bijdrage daartoe geleverd. 
     In de Grieks-en in de Rooms-Katholieke kerk werd hij vereerd. Reeds in de negende eeuw breidde zijn roem zich uit van Klein-Azië naar Italië en omstreeks het jaar duizend zelfs over de Alpen.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen