tocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tocht
enkelvoud meervoud
naamwoord tocht tochten
verkleinwoord tochtje tochtjes

Zelfstandig naamwoord

tocht m

  1. (meestal ongewenste) luchtbeweging ontstaan door openingen
  2. het trekken of reizen
  3. een soort watergang, tochtsloot
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
tochten

tocht

  1. onpersoonlijke tegenwoordige tijd van tochten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie