tochtdeur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tocht·deur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tochtdeur tochtdeuren
verkleinwoord tochtdeurtje tochtdeurtjes

Zelfstandig naamwoord

tochtdeur v/m

  1. (bouwkunde) een binnendeur ter voorkoming van tocht, bijv. de deur tussen vestibule en gang, of tussen magazijn en winkelruimte in een supermarkt
    • De klapdeur achter de voordeur is een tochtdeur. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.