aftocht
Uiterlijk
- af·tocht
- samenstelling van af en tocht [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aftocht | aftochten |
| verkleinwoord | aftochtje | aftochtjes |
de aftocht m
- het weggaan
- De aftocht van de voetballers was grandioos, na die overwinning.
- ▸ Maar als ik me die avond had omgedraaid en naar Quicks raam had gekeken, zou ik een silhouet hebben gezien dat mijn aftocht orkestreerde.[2]
- vlucht na een verloren gevecht
- Sommigen hadden het nog wel over een robbertje vechten met de vijand, maar in de lagere regionen waar Albert en zijn kameraden zaten, was men sinds de overwinning van de geallieerden in Vlaanderen, de bevrijding van Lille, de Oostenrijkse aftocht en de capitulatie van de Turken meestal een stuk minder uitbundig dan de officieren. [3]
- ▸ Hierop vertelde de stem, een man die hij kennelijk in Brussel had ontmoet, het verhaal van zijn rondzwervingen door het land die tientallen jaren had geduurd en was geëindigd in een verslagen aftocht naar Europa.[4]
- De aftocht blazen
Ervandoor gaan, vluchten
- Het verslagen leger moest de aftocht blazen.
- Het woord aftocht staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aftocht" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ aftocht op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Lemaitre, PierreTot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 11
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %