tochten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toch·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tochten
tochtte
getocht
zwak -t volledig

Werkwoord

tochten

  1. onpersoonlijk trekken van de wind
  2. onpersoonlijk de tocht doorlaten
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

tochten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tocht

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.