borgtocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • borg·tocht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord borgtocht borgtochten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

borgtocht m [1]

  1. (juridisch) het voorlopig vrijlaten van een gevangene tegen storting van een borgsom
    • Iran laat de Amerikaanse gevangenen op borgtocht vrij. 
  2. (juridisch) een overeenkomst waarbij de borgsteller garant staat voor de schulden van de schuldenaar.
    • Deze borgtocht dient als onderpand voor het nakomen van de verplichtingen van de aannemer. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal