zeiltocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeil·tocht
enkelvoud meervoud
naamwoord zeiltocht zeiltochten
verkleinwoord zeiltochtje zeiltochtjes

Zelfstandig naamwoord

zeiltocht m

  1. een reis aan boord van een zeilschip
    Ze hadden het voornemen een zeiltochtje te gaan maken.