zeiltocht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeil·tocht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeiltocht zeiltochten
verkleinwoord zeiltochtje zeiltochtjes

Zelfstandig naamwoord

zeiltocht m

  1. een reis aan boord van een zeilschip
    • Ze hadden het voornemen een zeiltochtje te gaan maken. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.