zwemtocht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

zwemtocht
Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·tocht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwemtocht zwemtochten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zwemtocht m

  1. een reis die je al zwemmend maakt
    • Een 56-jarige man die zaterdagochtend meedeed aan een zwemtocht van Den Helder naar Texel is overleden. De man werd tijdens de 4 kilometer lange tocht onwel. Het is nog niet duidelijk wat de oorzaak hiervan was, zei een woordvoerder van de organisatie. [1] 
    • Op Twitter legt hij uit dat hij al een half jaar heeft geoefend voor de zwemtocht van afgelopen zaterdag bij de Noordpool. [2] 
    • De opbrengst van de zwemtocht die Maarten van der Weijden vorige week maakte, is opgelopen naar een bedrag van 4.311.810,72 euro. Dat is zondag bekendgemaakt tijdens de huldiging van Van der Weijden in Waalwijk. De langeafstandszwemmer werd ook nog eens benoemd tot ereburger van de gemeente Waalwijk. [3] 

Gangbaarheid


Verwijzingen