trektocht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trek·tocht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trektocht trektochten
verkleinwoord trektochtje trektochtjes

Zelfstandig naamwoord

trektocht m

  1. tocht, reis waarbij een wat langere afstand wordt afgelegd, meestal van minstens enkele dagen, zowel van mensen als van dieren gezegd
    • Een vogel op zijn trektocht. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie