trektocht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trek·tocht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trektocht trektochten
verkleinwoord trektochtje trektochtjes

Zelfstandig naamwoord

trektocht m

  1. tocht, reis waarbij een wat langere afstand wordt afgelegd, meestal van minstens enkele dagen, zowel van mensen als van dieren gezegd
    • Een vogel op zijn trektocht. 
     De adrenaline gierde door mijn lijf omdat, na meer dan een jaar voorbereiding, mijn trektocht van Mexico naar Canada eindelijk begon.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be