brasa

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Werkwoord

vervoeging van
braser

brasa

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van braser


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bra·sa
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het werkwoord 'brasa' (branden, knetteren) uit de Zweedse streektal; een klanknabootsend woord (onomatopee)
Naar frequentie 11102
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   brasa     brasan     brasor     brasorna  
genitief   brasas     brasans     brasors     brasornas  

Zelfstandig naamwoord

brasa, g

  1. brand
Hyponiemen
Meroniemen