palmtak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

gedenkteken met palmtak
Uitspraak
Woordafbreking
  • palm·tak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord palmtak palmtakken
verkleinwoord palmtakje palmtakjes

Zelfstandig naamwoord

palmtak m [1]

  1. takken met bladeren van een palmboom
    • Dankzij het woord ‘HELP’ werden drie schipbreukelingen opgemerkt door een vliegtuig van de Amerikaanse marine. Op het onbewoonde eiland Fanadik van het staatje Micronesia, ten noordwesten van Papoea-Nieuw-Guinea, hadden de drie mannen met palmtakken het woord op het strand gelegd en twee van hen zwaaiden met reddingsvesten. Een Amerikaanse marinier nam vanuit het vliegtuig deze licht bewogen foto. De mariniers waarschuwden schepen in de buurt. Een klein bootje pikte de mannen op en bracht ze naar het Micronesische eiland Pulap waar ze vandaan kwamen. De mannen waren al drie dagen vermist nadat een golf hun roeiboot had omgeslagen.[2] 
  2. (religie) takjes van de buxus die wordt gesprenkeld met wijwater op palmzondag
    • Op Palmzondag herdenken katholieken de intocht van Jezus in Jeruzalem, de stad die hem noodlottig zou worden. Volgens de overlevering trok hij op een ezelsveulen de stadspoort binnen en werd hij ingehaald met psalmen en toegewuifd met palmbladeren. Daarom werden op Palmzondag in de kerk ‘palmtakken’ uitgedeeld die waren besprenkeld met wijwater. Palmen zijn hier schaars, dus moesten we het doen met een buxustakje. Dat stak je tijdens de Goede Week achter het kruisbeeld in de huiskamer. Want hij was wel gekruisigd, maar overwon de dood.[3]  
  3. vredes- en overwinningsteken
    • De Afrikaanse bevolking blijft de prinsen bejubelen. Op weg naar de lunch passeert de kolonne een dorp waar een zanggroep, zwaaiend met palmtakken, het voorbijrijdende gezelschap toezingt. En bij de locatie voor de lunch van die dag staan Tanzaniaanse kinderen de prinsen met brassmuziek op te wachten. De jonge muzikanten zijn merendeels op blote voeten, maar spelen enthousiast op hun blaasinstrumenten. Midden in het Tanzaniaanse berglandschap klinkt naast traditionele Afrikaanse liederen opeens christelijke muziek. Zoals: “Dankt, dankt nu allen God, met blijde feestgezangen.' De tekstboekjes van de brassband blijken afkomstig van de Duitse Jongemannenbond en stammen nog uit de tijd van voor de onafhankelijkheid van Tanzania. 'Lobt Gott, deel I', staat er op de omslag. [4] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 11 april 2016
  3. NRC Dirk Vlasblom 6 april 2009
  4. NRC Kees van der Malen 17 juni 1995
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be