zuidtak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuid·tak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zuidtak zuidtakken
verkleinwoord zuidtakje zuidtakjes

Zelfstandig naamwoord

zuidtak m

  1. de tak van een tracé dat richting het zuiden gelegen is.
    • Er werd een nieuwe zuidtak van de metro aangelegd. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.