Naar inhoud springen

melk

Uit WikiWoordenboek
Een glas melk
  • melk
enkelvoud meervoud
naamwoord melk -
verkleinwoord melkje melkjes

demelkv/m

  1. voedzaam vocht uit de melkklieren van vrouwelijke zoogdieren
     ' Lawries hand bleef op de deur van de ijskast liggen. 'O. Sorry. En dan ratel ik maar door over ' 'Geeft niet. Nee, echt.' Ik was ineens verlegen en wilde dat hij gewoon de melk pakte en zich daar verder mee bezighield.[4]
     ' 'Rwanda? Waar die genocide was?' Ik herinner me vaag het beeld van een peuter die op het dode lichaam van zijn moeder zit en verwoed probeert om nog wat melk uit haar levenloze borst te zuigen.[5]
  2. witte vloeistof (suspensie) van andere herkomst, bijvoorbeeld van soja of kokosnoot (sojamelk resp. kokosmelk)
  3. (veeteelt), (drinken) zuivelproduct geschikt voor menselijke consumptie
  • Als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd
  • De ( of zijn) melk ( of room) optrekken
Stoett-1496 [6]
Iemand erg in de verleiding brengen
  • Een land van melk en honing zijn
een land waar het goed en voorspoedig leven is
  • Veel in de melk te brokkelen (of brokken) hebben
veel invloed ergens hebben
vervoeging van
melken

melk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melken
    • Ik melk. 
  2. gebiedende wijs van melken
    • Melk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melken
    • Melk je? 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]
enkelvoud meervoud
naamwoord melk -

melk

  1. (drinken) melk

melk

  1. (drinken) melk

melk

  1. (drinken) melk