melkboerin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • melk·boe·rin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord melkboerin melkboerinnen
verkleinwoord melkboerinnetje melkboerinnetjes

Zelfstandig naamwoord

melkboerin v

  1. (beroep) (handel) iemand (vrouw) die langs de deur ging met voornamelijk melk en zuivelproducten, en eventueel een winkel dreef.
    • De melkboerin bracht de melk bij ons aan de deur. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid