melkfles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

melkfles
Uitspraak
Woordafbreking
  • melk·fles
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord melkfles melkflessen
verkleinwoord melkflesje melkflesjes

Zelfstandig naamwoord

melkfles v/m [1]

  1. afleveringsvorm voor melk tegenwoordig vervangen door een kartonnen pak
    • De nieuwe milieuminister kwam voor hele concrete afwegingen te staan: is het melkpak nou beter dan de melkfles? 'Dan moet je jezelf vragen gaan stellen om tot een goede beoordeling te kunnen komen. Wat gebeurt er bij het produceren? Hoeveel energie is er nodig om de melk te vervoeren? Hoe is het schoonmaakproces? Je wilt het tempo erin houden, maar ook geen fouten maken. Daar begint het te wringen. Dan kom je jezelf tegen, want je hebt ook zelf de drang om haast te maken.' [2] 
  2. (figuurlijk) hele witte blote (onder)benen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Aukje van Roessel 8 september 1990