melkkar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] melkkar
[2] melkkar
Uitspraak
Woordafbreking
  • melk·kar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord melkkar melkkarren
verkleinwoord melkkarretje melkkarretjes

Zelfstandig naamwoord

melkkar v/m [1]

  1. (verouderd) een kar waarop melkbussen worden vervoerd
    • President Valery Giscard dÉstaing botste dronken tegen een melkkar in gezelschap van een mooie vrouw, met een geleende Ferrari.[2] 
  2. (verouderd) een kar waar men melk kan kopen
    • Lowlands blijft uniek in de boeiende verschijnselen die je overal op het veld kunt tegenkomen, zoals een melkkar met flessen die muziek genereren en een Wisselkantoor waar mensen hun rode polsbandjes voor blauwe konden omwisselen, als je ontevreden was met je kleur.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Volkskrant PETER GIESEN 11 juni 2013
  3. NRC Jan Vollaard 18 augustus 2014