uier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ui·er
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘melkklier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1434 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord uier uiers
verkleinwoord uiertje uiertjes

Zelfstandig naamwoord

uier m

  1. (zoötomie) de melkklier van een herkauwer
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord uier uiers

Zelfstandig naamwoord

uier

  1. (zoötomie) uier