soja

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Variëteiten aan sojabonen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·ja
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Japans, in de betekenis van ‘pikante saus’ voor het eerst aangetroffen in 1670 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord soja -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

soja m

  1. (plantkunde), (voeding) Glycine max op Wikispecies de sojaplant is een peulvrucht waarvan de boon als grondstof dient voor veel producten
     Wakker Dier ziet dat voor de megastallen soja en ander veevoer wordt geïmporteerd uit de hele wereld. "Het vlees, de zuivel en de eieren worden grotendeels geëxporteerd. Maar de mest blijft hier en zorgt onder andere voor te veel stikstof in onze omgeving", stelt de organisatie.[3]
  2. (voeding) sojasaus
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen