kwart

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwart
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘telwoord: vierde deel’ voor het eerst aangetroffen in 1285 [1]
  • van Latijn quartus "vierde"

Hoofdtelwoord

kwart

  1. een vierde deel (¼)
enkelvoud meervoud
naamwoord kwart kwarten
verkleinwoord kwartje kwartjes

Zelfstandig naamwoord

kwart v/m

  1. een vierde deel
  2. (muziek) verkorting van het symbool "kwartnoot" (eenvierde van de tijd van een hele toon)
  3. (muziek) de vierde trap van een diatonische toonladder
  4. (muziek) een interval met een toonafstand zoals die van de eerste naar de vierde toon van een diatonische toonladder
    • Veel blaasinstrumenten hebben voor een interval van een kwart een apart ventiel. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen