plaaggeest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaag·geest
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plaaggeest plaaggeesten
verkleinwoord plaaggeestje plaaggeestjes

Zelfstandig naamwoord

plaaggeest m

  1. een kwelgeest, een demon
    • Men zegt dat er in dit kasteel een plaaggeest rondwaart. 
  2. iemand die onophoudelijk plaagt en lastig is
    • Het meisje beklaagde zich bij leraar over de plaaggeest die haar tijdens de les aan haar haren trok. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.