geestelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gees·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geestelijk geestelijker geestelijkst
verbogen geestelijke geestelijkere geestelijkste
partitief geestelijks geestelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

geestelijk

  1. betrekking hebbend op de geest, de psyche
    • De pasgeboren baby was geestelijk gezond. 
  2. betrekking hebbend op godsdienst
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Geestelijk en lichamelijk.

  • Met betrekking tot de geest en het lichaam.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl