Naar inhoud springen

schim

Uit WikiWoordenboek
  • schim
  • In de betekenis van ‘schaduw’ voor het eerst aangetroffen in 1437 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord schim schimmen
verkleinwoord schimmetje schimmetjes

de schim v / m

  1. fantoom of geestverschijning is een vermeend verschijnsel dat in het volksgeloof doorgaans in verband wordt gebracht met de ziel of geest van een overleden persoon die niet tot rust kan komen
    • Vanuit natuurwetenschappelijk perspectief is men sceptisch over het bestaan van schimmen. 
    ▸ 'Wat wilde je zeggen?' 'Ik denk dat je je van een schim kunt bevrijden.[3]
    ▸ Dit lijkt een vreedzame boodschap, maar Callimachus blijkt bij monde van de door hem opgeroepen schim een paar flinke vegen uit de pan uit te delen aan tijdgenoten, volgens de jambische conventie dat je uit naam van een ander ongestraft je gram mocht halen.[4]
  2. is de schaduw die een object werpt op een ondergrond of een ander voorwerp, schaduwbeeld
    ▸ Hoe hij het flikte, geen idee, maar de eerste bal die als een schim onderhands op hem afkwam sloeg hij raak, en ver.[5]
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]