verstand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stand
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘denkvermogen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1345 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord verstand -
verkleinwoord verstandje verstandjes

Zelfstandig naamwoord

verstand o

  1. kennis, weten
    • Ik heb geen verstand van brommers. 
  2. denkkracht, denkvermogen (met betrekking tot het brein)
    • Hij kon daar met zijn verstand niet bij. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen