ziel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ziel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘geest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ziel zielen
verkleinwoord zieltje zieltjes

Zelfstandig naamwoord

ziel v/m

  1. het wezen van het niet-stoffelijke van de mens
    • Hij is misschien wel overleden, maar zijn ziel zal altijd voortleven. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen