naargeestig
Uiterlijk
- Geluid: naargeestig (hulp, bestand)
- naar·gees·tig
- In de betekenis van ‘somber’ voor het eerst aangetroffen in 1762 [1]
- afleiding van naar en geest met het achtervoegsel -ig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | naargeestig | naargeestiger | naargeestigst |
| verbogen | naargeestige | naargeestigere | naargeestigste |
| partitief | naargeestigs | naargeestigers | - |
naargeestig
- als je ergens treurig, somber en verdrietig van wordt
- Het woord naargeestig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "naargeestig" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 87 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "naargeestig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Herzen, FrankDe zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 116
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be