geestrijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geest·rijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geestrijk geestrijker geestrijkst
verbogen geestrijke geestrijkere geestrijkste
partitief geestrijks geestrijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

geestrijk [2]

  1. veel alcohol bevattende
    • Als geestelijk begeleider heeft Van Diessen de leiding over een groep pelgrims en vrijwilligers die allemaal in hetzelfde hotel zitten. „Ik draag ook zorg voor een zo afwisselend mogelijk programma. Niet alleen de eucharistievieringen, maar ook een stadswandeling en op zijn tijd een cappuccino of wat geestrijk vocht. Daar moet je ook niet in spugen. De vreugde van Lourdes laadt de accu van de mens op. Ook die van mij. Afgelopen week heb ik vijf uitvaarten begeleid. Geloof me, dan ben je aardig leeggetrokken.”[3] 
  2. met veel intelligente, verrassende, tot nadenken aanzettende humor
    • Lieke Marsman is inmiddels bezig aan een kleine zegetocht door de letteren. Gisteren kreeg ze ook de tweejaarlijkse debuutprijs ‘Het Liegend Konijn’ toegekend, een prijs van het gelijknamige tijdschrift, goed voor 2500 euro en de publicatie van één gedicht in de 23 officiële EU-talen, plus de integrale vertalingen van haar werk naar het Frans, Duits en Engels. En in maart ontving Marsman al de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2011, een jaarlijkse stimuleringsprijs voor een eerste of tweede publicatie. Ook werd haar debuut in onder andere Trouw, de Volkskrant en NRC Handelblad enthousiast onthaald. Volgens deze krant is Alles wat Marsman schrijft „verrassend of raar”. „In die wrijving van geestrijk en geestig ontstaan magische momenten.”[4]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen