geestdrift

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geest·drift
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geestdrift -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geestdrift v/m

  1. een gevoel van blije en/of emotionele betrokkenheid
    • Hij wist niet wat geestdrift inhoudt. 
     En nu de politieke kwestie van de dag was afgewikkeld, gingen de vriendinnen met nog meer geestdrift over op de vraag of Christa bij de laatste saIon voor de zomeronderbreking moest proberen haar verwondingen te verbergen of juist niet.[2]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. geestdrift op website: Etymologiebank.nl
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044625691
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be