bloeduitstorting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bloeduitstorting
Uitspraak
Woordafbreking
  • bloed·uit·stor·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloeduitstorting bloeduitstortingen
verkleinwoord bloeduitstortinkje bloeduitstortinkjes

Zelfstandig naamwoord

bloeduitstorting o

  1. (medisch) ophoping van bloed in of onder de huid na een bloeding, meestal gepaard met een zwelling en een blauwe plek
    • Na de val van zijn fiets had ik een grote bloeduitstorting op mijn knie. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be