bloedarmoede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bloedarmoede: rode bloedcellen met weinig haemoglobine
Uitspraak
Woordafbreking
  • bloed·ar·moe·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloedarmoede
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bloedarmoede v/m

  1. (medisch) situatie waarbij er een minder dan normaal aantal rode bloedcellen in het bloed zitten
    • - Na de maagbloeding had de patiënt een flinke bloedarmoede. 
    • - In Nederland bestaat de topvijf van die kwalen (die de meeste last veroorzaken) uit rugpijn, nekpijn, angststoornissen, migraine en depressie. Wereldwijd staat rugpijn op de eerste plaats. Rugpijn is zowel een ziekte van mensen die zware en vaak eentonige lichaamsarbeid doe als van mensen die hun werk grotendeels zittend doen. Depressie staat op plaats twee van de wereldlijst, gevolgd door bloedarmoede (door ijzergebrek), nekpijn en gehoorverlies.[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC 8 juni 2015