bloedzuiger

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

[3] Mannetje in dreighouding
Uitspraak
Woordafbreking
  • bloed·zui·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloedzuiger bloedzuigers
verkleinwoord bloedzuigertje bloedzuigertjes

Zelfstandig naamwoord

bloedzuiger m

  1. (medisch) (wormen) benaming voor dieren uit de onderklasse Hirudinea op Wikispecies, waarvan de bekendste soorten zich met zuignappen hechten aan de huid van andere dieren en zich voeden met hun bloed
  2. (pejoratief) iemand die anderen uitbuit, een uitbuiter, uitzuiger
     'Wat voor lul-de-behanger denkt die Becker wel dat hij is!' tierde Benson. 'Dertig miljard eist die lintjesknipper, die juridische bloedzuiger... parasiteren op andermans zuurverdiende centen, dat is het enige wat die klote letseladvocaten kunnen!' tierde Benson.[3]
  3. (reptielen) Calotes versicolor op Wikispecies een hagedis uit de familie agamen (Agamidae)
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen