bloedzuiger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloed·zui·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloedzuiger bloedzuigers
verkleinwoord bloedzuigertje bloedzuigertjes

Zelfstandig naamwoord

bloedzuiger m

  1. (medisch) (dierkunde) een worm die bloed zuigt uit mens en dier
  2. (pejoratief) iemand die anderen uitbuit, een uitbuiter, uitzuiger
     'Wat voor lul-de-behanger denkt die Becker wel dat hij is!' tierde Benson. 'Dertig miljard eist die lintjesknipper, die juridische bloedzuiger... parasiteren op andermans zuurverdiende centen, dat is het enige wat die klote letseladvocaten kunnen!' tierde Benson.[2]
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen