bloedhond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloed·hond
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1567 [1]
  • samenstelling van  bloed  en  hond  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord bloedhond bloedhonden
verkleinwoord bloedhondje bloedhondjes

Zelfstandig naamwoord

bloedhond m

  1. (zoogdieren) Brits hondenras, hoogbenig, kortharig, grote kop met losse huid, lange hangende oren en een lange staart
  2. wreed, bloeddorstig mens
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen