rok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: rökrock

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rok
enkelvoud meervoud
naamwoord rok rokken
verkleinwoord rokje rokjes

Zelfstandig naamwoord

rok m

  1. een voornamelijk vrouwelijk buis- of kegelvormig kledingstuk dat om de taille wordt gedragen en een deel van de benen bedekt
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie


Indonesisch

Woordafbreking
  • rok
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

rok

  1. (kleding) rok, jurk
    «Murid perempuan memakai blus berwarna putih dan rok berwarna abu-abu.»
    Studentes dragen een witte bloes en een grijze rok.
  2. (muziek) rock


Pools

Zelfstandig naamwoord

rok m

  1. jaar