rokkostuum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

twee heren met rokkostuum
Uitspraak
Woordafbreking
  • rok·kos·tuum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rokkostuum rokkostuums
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rokkostuum [1]

  1. avondkleding die mannen dragen bij gala's en ceremoniële bijeenkomsten
    • Quirijnen, voorzitter van de beroepsvereniging Uitvaartunie Vlaanderen, ziet ook ruimte om de sector die hij al dertig jaar kent, te moderniseren. ‘We willen het gebeuren af van het klassieke rokkostuum en de grote Amerikaanse auto’s’, zegt hij. ‘Wij willen het hele uitvaartgebeuren toegankelijker maken.’ [2] 
    • Enschede heeft zich officieel aangemeld voor de Distinguished Gentleman's Ride en conformeert zich daarmee aan de algemene regels en voorwaarden ten aanzien van veiligheid, snelheid, verzekering en 'dresscode': geen leren jacks, maar rokkostuums met zwaluwstaarten en een 'hoge zijde' op het hoofd, strakke streepjespakken met gilets, smokings met vlinderdassen en andere chique outfits. [3] 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard MAANDAG 7 AUGUSTUS 2017
  3. Tubantia Ben Lensink 21-september-2017