rokje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rok·je

Zelfstandig naamwoord

rokje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rok
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een rokje uittrekken
  • Zijn rokje omkeren
lid van een andere (bv politieke) partij worden
  • Zoals de wind waait, waait zijn jasje ( of zijn rokje)


Gangbaarheid