minirok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

minirok uit 1937
Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·ni·rok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord minirok minirokken
verkleinwoord minirokje minirokjes

Zelfstandig naamwoord

minirok m

  1. (kleding) zeer kort rokje
    • De Saudische vrouw die door de Saudische politie opgepakt werd na een filmpje waarin ze onder meer met een minirok gespot werd, is opnieuw vrij.[2] 
    • Je moeder die gekleed gaat in een minirok, of je opa die door de huiskamer danst op de hits van dj Martin Garrix. Je bent zo oud als dat je jezelf voelt, wordt er wel eens gezegd. Hoor jij wel thuis in jouw generatie? Ofwel, wat is je ware leeftijd? Doe de test! [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. minirok op website: Etymologiebank.nl
  2. De Standaard 19/07/2017 door rdc
  3. Tubantia Sanne Riepema 18-08-2017