wapenrok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

ridder in wapenrok
Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·pen·rok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wapenrok wapenrokken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wapenrok m

  1. (militair) (kleding) de kleding van een militair die dienen ter herkenning en ter bescherming
  2. (figuurlijk) als naam voor het hele militaire apparaat
Synoniemen
  • uniform
Uitdrukkingen en gezegden
  • de wapenrok dragen
in militaire dienst zijn
  • In militaire dienst deed hij veel moeite om géén rang te krijgen, om toch maar zo kort mogelijk de wapenrok te hoeven dragen.[1]
  • Pijnlijk weinig Marokkanen in majesteits wapenrok[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Tubantia 01-10-08
  2. Tubantia 09-06-06