blijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blij·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: bliven
Oudnederlands: bilīvan
Germaans: *bilībanan
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: belive, belave, beleave (Angelsaksisch: belīfan), Duits: bleiben, (Oudhoogduits: bīliban), Fries: bliuwe, blieuwe (Oudfries: bilīva)
Noord: Zweeds: bliva, bli, Deens: blive, Noors: blive, bli, Faeröers: blíva
Oost: Gotisch: bileiban
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blijven
blɛɪvə(n)
bleef
blef
gebleven
ɣəblevə(n)
klasse 1 volledig

Werkwoord

blijven

  1. (koppelwerkwoord) ~ + predikaat niet veranderen, voortduren
    Het blijft vervelend, zoiets.
  2. (modaal werkwoord) ~ + onbepaalde wijs niet veranderen, voortduren, doorgaan
    De bal, die tegen de muur geworpen wordt, blijft terugkomen.
    De vervelende man blijft maar door praten.
  3. (ergatief) ergens vertoeven en er niet weggaan
    Hij wilde graag op die camping blijven.
  4. blijven bij: niet van mening veranderen (niet verwarren met bijblijven)
    De eigenwijze man bleef bij zijn eigen mening ondanks de overtuigende aanwijzingen dat hij fout zat.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen