oen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oen
enkelvoud meervoud
naamwoord oen oenen
verkleinwoord oentje oentjes

Zelfstandig naamwoord

oen m

  1. (scheldwoord) dom, sullig figuur
    Wat een oen is dat, zeg.
  2. gecastreerde ezelhengst, ofwel ezelruin
    Zij heeft een oen in haar bezit.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen


Welsh

enkelvoud meervoud
oen ŵyn

Zelfstandig naamwoord

oen m

  1. (dierkunde), (zoogdieren) lam